startpagina boekenlijst deelnemers links

Knielen Op Een Bed Violen

Monument voor een calvinist (Trouw 29-01-2005)
NS publieksprijs 2005
Jan Siebelink

Aanwezig waren Anna (gastvrouw), Hans, Patricia en ik (Frank).

We hebben het eigenlijk weinig over het boek gehad.

Ik had geen voorleesstukje bij me; naar aanleiding van Anna's mededeling hier alsnog een, volgens mij toepasselijk stukje:

Van de lijfsverachters

De verachters van het lijf wil ik mijn woord zeggen. Niet anders leren en niet on­der­wijzen moeten zij, doch slechts hun eigen lijf vaarwel zeggen, en aldus stom worden.
'Lijf ben ik en ziel' - zo spreekt het kind. En waarom zou men niet gelijk de kin­deren spreken?
Maar de ontwaakte, de wetende zegt: Lijf ben ik geheel en al, en niets buiten dat; en ziel is slechts een woord voor een iets aan het lijf.
Het lijf is een groot verstand, een veelheid met zin, een oorlog en een vrede, een kudde en een herder.
Werktuig van het lijf is ook uw kleine verstand, mijn broeder, door u geest ge­noemd: een klein werk- en speeltuig van uw grote verstand.
'Ik', - zegt gij en ge zijt trots op dit woord. Maar het grotere is dat waar­aan gij niet geloven wilt - uw lijf en zijn grote verstand: dat zègt niet Ik, maar dat doet Ik.
Wat de zin voelt, wat de geest inziet, dat heeft nooit zijn einde in zich­zelf. Maar zin en geest trachten u diets te maken, dat zij aller dingen einde zijn: zo ijdel zijn zij.
Werk- en speeltuigen zijn zin en geest: achter hen ligt nog het Zelf. Het Zelf zoekt ook met de ogen der zin­nen, het luistert ook met de oren des geestes.
Altijd luistert het Zelf en zoekt: het vergelijkt, bedwingt, ver­overt, ver­nietigt. Het heerst en is ook van het Ik beheerser. Achter uw gedachten en gevoelens, mijn broeder, staat een machtige gebieder, een on­bekende wijze - die heet Zelf. In uw lijf woont hij, uw lijf is hij.
Er is meer verstand in uw lijf dan in uw beste wijsheid. En wie weet er, waar­toe uw lijf juist uw beste wijs­heid van node heeft?
Uw Zelf lacht over uw Ik en zijne stoute sprongen. 'Wat zijn mij deze sprongen en vluchten van gedachten? - zegt het tot zichzelf. Een omweg tot mijn doel. Ik ben de leiband van het Ik en de inblazer van zijn begrippen.'
Het Zelf zegt tot het Ik: 'Hier voel smart!' En dan lijdt het, en denkt na, hoe het niet meer lijden zal - en juist daarom moet het denken.
Het Zelf zegt tot het Ik: 'Hier voel lust!' Dan verheugt het zich en denkt na, hoe het nog dikwijls zich verheugen zal - en juist daarom moet het denken.
De verachters van het lijf wil ik een woord zeggen. Dat zij verachten, dat doet hen achten. Wat is het, dat achten en verachten en waarde en wil schiep?
Het scheppende Zelf schiep zich achten en verachten, het schiep zich lust en leed. Het werkende lijf schiep zich de geest als een hand van zijn wil. Zelfs in uw dwaasheid en verachting, gij lijfsverachters, dient gij u zelf. Ik zeg u: uw eigen Zelf wil sterven en wendt zich van het leven af.
Niet meer vermag het dat, wat het het liefste wil: - boven zich zelf uit te scheppen. Dat wil het het liefste, dat is zijn gehele wezensdrang. Doch te laat werd het hem thans daarvoor: - zo wil uw Zelf ondergaan, gij verachters van het lijf. Ondergaan wil uw Zelf, en daarom werdt gij tot verachters des lijfs. Want gij vermoogt niet langer boven u zelf uit te scheppen. Daarom toornt gij nu tegen het leven en tegen de aarde. In de loense blik uwer verachting is een ongeweten nijd. Ik ga uw weg niet, verachters van het lijf! Gij zijt mij geen bruggen tot de
- Uebermensch! -

Aldus sprak Zarathoestra.

(Friedrich Nietsche, 1885)